½ theelepel kardemompoeder en kruidnagelpoeder, door elkaar gemengd
100 g gemalen, gepelde amandelen of wat amandelessence
theelepel rozen- of oranjebloesemwater
10 g zout (afwegen!)
gesmolten boter of margarine
gezeefde poedersuiker
Bereiding
Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje in de bloem en brokkel hier de
gist in. Meng het aan met een gedeelte van de lauwe melk. Voeg dan de rest
van de bloem uit de kom, het ei, de melk, de gesmolten boter of margarine,
het kardemom- en kruidnagelpoeder, de essence, rozenwater en het zout toe.
Kneed het deeg dan met beide handen flink door totdat het van de handen
loslaat (± 20 minuten).
Laat het dan 3 kwartier op een lauw-warme plaats
rijzen.
Leg het deeg nu op een gebloemd aanrecht en kneed er bij gedeelten
de krenten, de rozijnen, de sukade, de suiker en het citroensap door. Kneed
het deeg tot een dikke ronde plak, druk deze ovaalvormig uit.
Bestrijk de helft van het deeg met water, sla de smalle kant naar de brede kant toe,
zodat deze niets uitsteekt. Beboter een bakblik.
Leg het brood hierop en
laat het op een lauwe plaats, afgedekt met een vochtige, schone doek nog tot
de dubbele hoogte rijzen. Verwarm de oven voor en bak het kerstbrood in ± 40
minuten gaar en goudgeel.Baktijd 30-35 minuten bij 200 graden.
Bestrijk het iets afgekoelde brood met gesmolten boter of margarine en
bestuif het dik met poedersuiker. Bind er ter versiering een rood lintje
omheen, en steek een takje hulst in de strik ervan.